Eind 1937 verhuisde Vera van Oyen, twaalf jaar oud, van Haarlem naar Diepenveen. Haar moeder, Mia van Hall (zuster van de “Bankiers van het Verzet” Wally en Gijs van Hall), was al heel jong weduwe geworden. Zij hertrouwde met Wiete Hopperus Buma, een weduwnaar met drie kleine kinderen.

In haar jeugdherinneringen beschrijft Vera van Oyen hoe zij de oorlogsjaren doorbrachten op Refugium (nu: B.W. Hopperus Bumaweg nr 6). Het boek eindigt bij haar huwelijk met Henk ter Haar, de jongste zoon van de plaatselijke dominee.

Het boek is verkrijgbaar bij boekhandel Praamstra in Deventer (256 blz; gebonden; € 20).
Daar is ook het voorafgaande deel verkrijgbaar (Mijn jeugd in Bentveld en Haarlem; 160 blz; gebonden; € 18), evenals een levensschets van haar schoonzusje Louise ter Haar (slappe kaft; 84 blz; € 10).

Vera ontvangt eerste exemplaar uit handen van achterkleindochter: