Hoe ga je om met bomen en struiken in je tuin?

IMG_0479

Een tuin met vaste planten, eenjarigen, struiken en (kleine) bomen is een levend geheel. Van jaar tot jaar vinden, als je niet ingrijpt, veranderingen plaats die je misschien achteraf gezien niet wilt.
Vaste planten kun je eind september/begin oktober aanpakken door ze op te nemen, oude stukken te verwijderen en de jongere stukken te herplanten en/of deels weggeven. Als ze te veel of te weinig in de zon staan, is een andere plaats in de tuin mogelijk een goed idee.

Rigoureus ingrijpen
Ik wil het nu echter vooral hebben over bomen en struiken. Als de tuin te dicht groeit, kan dat aanleiding zijn tot een rigoureus besluit: verwijder een teveel aan bomen en/of struiken. Dan komt er meer licht op de grond en dat is goed voor andere beplanting. Sommige bomen, zoals bijvoorbeeld eik en beuk worden gigantisch hoog en passen niet in de meeste tuinen. Op internet kun je zoeken naar klein blijvende bomen (tot maximaal vier meter hoog) als vervangers. Door bloeiwijze, dragen van vruchten voor vogels en de herfstkleur kun je meer variatie in je tuin brengen en de tuin aantrekkelijker maken voor insecten en vogels. Ook kun je klein blijvende fruitbomen plaatsen in je siertuin. Onder kleine bomen is ruimte voor grotere struiken, omdat bij kleinere bomen de lichtinval onder die bomen dat mogelijk maakt. Enkele voorbeelden zijn lijsterbes, kardinaalsmuts, krent, kweepeer en mispel. Maar denk ook aan mini-varianten van appel en peer.

Snoeien met beleid
In tuinen staan ook vaak struiken die van jaar tot jaar weinig verzorging krijgen van de tuineigenaar. Soms worden struiken van boven en aan de zijkant bijgeknipt, al dan niet met elektrische apparatuur. Zo’n geschoren struik ziet er op het eerste gezicht leuk uit, maar de toplaag wordt bijna ondoordringbaar groen en van binnenuit krijgt de plant weinig licht. Van onderop ontstaat dan een kale struik. Het is beter om binnenin – door een deel van de takken ver terug te snoeien- licht in de struik te brengen, zodat het groene aanzien ook binnen en beneden gehandhaafd blijft. Gebruik daarvoor een goede snoeischaar en snoei takken af net na een ‘splitsing’ van een tak. Wees wel voorzichtig bij de keuze van het jaargetijde (kijk het na op internet); meestal is dat na de bloeitijd. Snoei niet achter elkaar door. Haal één of meer takken weg, doe een paar stappen achteruit en kijk kritisch of de struik een mooie vorm krijgt.

Voorrang aan de jonge takken
Struiken die in de vorm van staken uit de grond komen, waarbij jaarlijks nieuwe groeischeuten ontstaan, vormen na enige jaren een ondoordringbaar oerwoud met daarboven uitwaaierende takken die over andere beplanting hangen. Haal niet alle jonge scheuten weg. Het is belangrijk om – na de bloei – op het niveau van de grond de oudste takken gefaseerd te vervangen. Dit kan het beste met een kleine klapzaag, omdat zo geen schade hoeft te ontstaan aan te handhaven takken. Zo krijg je compactere verjongde struiken met meer uitstraling en bloei. Ook krijgt de beplanting rondom de struik meer ruimte.

Tekst en beeld: Groei en Bloei, Jan Weggemans

 

 

Interessant? Deel het artikel

Adverteerders

Ook interessant

Agenda

duif-2

Altijd op de hoogte!

Abonneer nu! Onze postduif brengt het laatste nieuws in de inbox.

Scroll naar top