Jaco Remmelink: langzamerhand heb ik een lijstje met meer en minder bekende Diepenveners. Mensen die ik zou willen interviewen. Vandaag zit ik in de ruime werkkamer van Harco Jellema (Den Haag, 1947). We hebben een prachtig uitzicht over de tuin met weiland en op zijn bureau stapels papier, met als achtergrond de rand van de bebouwing van Diepenveen. Al pratend komen we terecht in het leven van Harco.

Harco Jellema vertelt: ik ben een Wagenings ingenieur en ik stel me tegenwoordig voor als ‘tropical agronomist & soil scientist’, met als specialisatie bodemkunde, waaronder plantenvoeding, bodemmicrologie en tropische plantenteelt. Een mooi pakket. Direct na mijn afstuderen zijn wij, ik was als deskundige in dienst van Buitenlandse Zaken, naar Sao Tomé, West-Afrika gegaan. Met ‘wij’ bedoel ik, mijn vrouw Gon en onze eerste baby van drie maanden. Achter mij aan gingen per schip vier landrovers en een heel laboratorium in kisten en onze inboedel, waaronder een voorraad levensmiddelen en medicijnen. Met nul ervaring: veel succes daar! Ik heb op Sao Tomé een bodemkundig lab opgezet, analisten opgeleid en veel veldproeven gedaan. Ik was daar ook elektricien, loodgieter, bouwkundige en de landrovers moesten we zelf repareren. Sao Tomé is een klein vulkanisch eilandje, ter grootte van de provincie Utrecht, voor de kust van Gabon, precies op de evenaar. Het is een zelfstandige republiek en een voormalige kolonie van Portugal. Men leefde daar van de deviezen van koffie- en cacao-export. Men kocht alle basale voedingsproducten in Portugal. Na de onafhankelijkheid van de Portugezen in 1975 stortte de cacaoproductie in en ongeveer tegelijkertijd de internationale cacaoprijs. Het eiland is enorm vruchtbaar en je kunt er van alles telen. We zijn begonnen om voedsellandbouw te introduceren. Ik ben gestart met heel veel proefvelden met boontjes, rijst, maïs en dergelijke. Voedselgewassen om te laten zien dat die daar ook goed kunnen groeien. Het vulkanische eiland kent een droge savanne in het noorden en een nat tropisch regenwoud in het zuiden, met 8.000 mm neerslag! Op de hellingen kun je alle specerijen telen: kaneel, pepers, maar ook koffie en cacao, noem het maar op. Tot mijn grote vreugde mocht ik er recent nog een keer heen voor een nieuw project.

Na deze uitdaging naar Diepenveen?
Na drie jaar was het onderzoeksproject afgelopen. Mijn vrouw ging al eerder terug naar Nederland voor de bevalling van ons tweede kind en ging op zoek naar een baan voor mij. Al snel belde zij op dat er een baan voor mij was aan de Tropische Landbouwschool in Deventer. In september 1981 ben ik daar begonnen als docent (tropische) bodemkunde en bemestingsleer. Voor mijn werk in Deventer zijn we in 1984 in Diepenveen gaan wonen. Ik heb 25 jaar gewerkt aan de Tropische Landbouwschool, laatstelijk als adjunct-directeur, locatiemanager. Later is dit ‘Hogeschool Larenstein’ geworden. In 1988 zouden we met meerdere instellingen – de RHSTL Boskoop, de Hogere Bosbouwschool in Velp en de Laboratoriumschool in Wageningen – onder één noemer verder gaan op één locatie in Velp. Door ons verzet daartegen en mijn lobby in Den Haag, konden de opleidingen in Deventer voorlopig blijven bestaan. In 2005 zijn alle opleidingen van Deventer verhuisd naar Wageningen voor een betere samenwerking tussen het hbo- en wo-onderwijs. Op dat moment was er voor mij en veertien collega’s een leuke regeling en zijn we gestopt. Vanaf dat moment vlieg ik rond als consultant. Ik heb met een aantal collega’s een NGO (non-gouvernementele organisatie) opgezet. Van Afrika tot Latijns-Amerika zijn intussen veel landen bezocht waar problemen zijn op landbouwkundig gebied in de relatie bodem, klimaat en gewas. Als ik weer in de tropen ben, voel ik me als een vis in het water. De lobby in Den Haag was mijn kennismaking met de politiek. Ik heb onder andere gezeten in de gemeenteraad van toen nog Diepenveen, in de Provinciale Staten van Overijssel en na de gemeentelijke herindeling in de gemeenteraad van Deventer. In de Staten van Overijssel was ik commissievoorzitter Ruimtelijke Ordening. Ik heb dit allemaal gedaan naast mijn werk op Hogeschool Larenstein.

Wat vind je zo leuk aan politiek?
Nou, je kunt wat betekenen voor de maatschappij, voor de burger. In de gemeentelijke politiek zit de burger in je nek. Bij de provincie ben je wat breder bezig. Maar altijd in het belang van de samenleving. Momenteel ben ik bestuursvoorzitter van de VVD regio Salland (Deventer, Olst-Wijhe en Raalte). Wij zetten met name campagnes op voor de verkiezingen en stellen onder meer de kandidaatstellingscommissie vast. Tevens ben ik voorzitter van het 4 mei Comité en voorzitter van de Sociëteit Diepenveen Dorp. De sociëteit is een heel leuke en gezellige vereniging. Voor de leden (circa zeventig) organiseren wij tien lezingen per jaar. Dat zijn lezingen op gebied van onder andere cultuur, literatuur, muziek, natuur, (medische) wetenschap. Introducés zijn altijd een keer welkom. Daarna vragen we hen om lid te worden van onze vereniging Sociëteit Diepenveen Dorp. In 2021 hebben we ons vijftigjarig jubileum.

 Heb je hiernaast nog hobby’s?
Ik rijd al zestig jaar paard, nu nog af en toe door de bossen hier. Ook heb ik tochten gemaakt te paard in Hongarije en trektochten in de Pyreneeën. Naast het reizen, fotografeer ik heel veel en houd met deze foto’s veel lezingen over mijn werk in de ontwikkelingslanden en bijzondere onderwerpen. Ik ben ook nog voorzitter van Stichting Europa Kinderhulp. Wij organiseren, met 170 vrijwilligers, reizen voor kansarme kinderen uit grote steden in Europa. De kinderen logeren bij een Nederlands gastgezin. Daarnaast ben ik ook lid van de Deventer Bomenstichting en lid van de Adviescommissie Natuur en Milieu en Duurzaamheid. Deze Adviescommissie geeft gevraagd en ongevraagd advies aan B&W van de gemeente Deventer.

Hoe kijk je tegen het dorp Diepenveen aan?
Na de gemeentelijke herindeling was er wel een vraag. Wordt Diepenveen een wijk van Deventer of kunnen wij ons eigen karakter als dorp behouden? Dat laatste is wel goed gelukt, mede dankzij de inzet van Van Lidth. We zijn officieel een wijk van Deventer, maar het dorpskarakter hebben we kunnen behouden. Diepenveen is duidelijk een dorp gebleven met veel dorpse activiteiten. Denk bijvoorbeeld aan de 4 mei viering, de braderie op Koningsdag, de rommelmarkt en de vele andere activiteiten in het dorp. Nieuwkomers in het dorp worden goed opgenomen. Men moet zichzelf daar wel voor openstellen. Het is belangrijk dat we de leefbaarheid van het dorp koesteren. Daar zet ik me voor in.

Interview en foto: Jaco Remmelink