In Beeld: Straatnamen verklaard: Jachtrustweg

Van sommige straatnamen – Dorpsstraat, Olsterweg, Sallandsweg – is het duidelijk waarom ze zo heten. Van andere is het minder bekend: waar stond die molen dan aan de Molenweg, wie was Swedera van Runen ook alweer, wat is er oranje aan de Oranjelaan en hoezo Draaiomsweg?

Lamberthe de Jong van de Historische Vereniging Diepenveen belicht regelmatig een lokale straat met een korte uitleg en een paar oude en nieuwe beelden. Het negende ‘Straatnamen verklaard’ artikel gaat over de Jachtrustweg.

 

In Beeld: Straatnamen verklaard, Schimmelpennincksingel

Van sommige straatnamen – Dorpsstraat, Olsterweg, Sallandsweg – is het duidelijk waarom ze zo heten. Van andere is het minder bekend: waar stond die molen dan aan de Molenweg, wie was Swedera van Runen ook alweer, wat is er oranje aan de Oranjelaan en hoezo Draaiomsweg?

Lamberthe de Jong van de Historische Vereniging Diepenveen belicht regelmatig een lokale straat met een korte uitleg en een paar oude en nieuwe beelden. Het achtste ‘Straatnamen verklaard’ artikel gaat over de Schimmelpennincksingel.

Interview met René Groenwold wonend aan de Vossebeltweg

In een huis vol kleinkinderen zoeken we de rust op van de werkkamer van René. Waar we belanden, kun je beter een archief of een museum noemen. Een wand volgestouwd met boeken, vitrinekasten vol met miniaturen, kaarten, borden en vlaggen. Waar ben ik terechtgekomen?

Voor veel zaken zijn we verder op Deventer gericht, maar ik voel mij Diepenvener

Wie is René Groenwold?
René François Groenwold is een 62-jarige gelukkige man. Ik woon al sinds mijn twaalfde in Diepenveen. Ik ben in Rotterdam in Hoogvliet geboren en op mijn zesde met mijn ouders vertrokken naar Deventer. Als kind heb ik het verhuizen van Rotterdam naar hier niet als een schok ervaren. Ik kon snel wennen.  Mijn ouders konden wat later van de Deventer Kring van Werkgevers een woning huren aan de Lichtenbergerlaan. Wij keken toen nog vrij uit over het land. Diepenveen was nog echt een dorp met heel veel winkels en ik heb mijn trouwfeest nog gegeven in restaurant Niemeijer, op de plek waar nu Cheers zit. Ja, ik ben in Deventer op het stadhuis getrouwd met mijn vrouw Harriët uit Deventer. Zij doet gastouderopvang aan huis. Dus we hebben altijd kinderen om ons heen. Ik spring wel eens bij, maar verder is dat haar ding. Ik heb zo mijn eigen werk.

Al vroeg begonnen te werken?
Op mijn vijftiende ben ik al aan het werk gegaan bij Kaashandel Roorda. Ik was hun eerste personeelslid. We gingen de markten af en ’s woensdags ventten we hier in het dorp. Ik heb altijd in de verkoop gezeten. Na wat avondstudies ben ik in 1980 als zelfstandige een shop in een shop in Borne begonnen. Later had ik op Keizerslanden een winkel in kaas en delicatessen, gecombineerd met een Jamin. In 1996 ben ik als routeverkoper in diepvriesproducten begonnen. Voor particulieren en bedrijven en dat doe ik nog steeds. Ambulant, dus altijd onderweg. Mijn rayon is grofweg tot Ede, Barneveld en ik heb een vaste route. Vrijdags ben ik vrij.

Heb je daarnaast nog tijd voor hobby’s?
Ja, maar ik vind het bij mij meer een passie: de Eerste Wereldoorlog. Mijn vader inspireerde mij destijds. Waarom deze passie? Omdat het een heel andere manier van oorlogsvoering werd. Dat raakte mij. Men kreeg te maken met tanks, vliegtuigen, machinegeweren, gifgas en dergelijke. Daarvoor was het een strijd van man tegen man. Toen werd het grootschaliger, denk alleen al aan de inzet van langeafstandskanonnen, gruwelijker en bloederiger. Door verouderende tactieken werden miljoenen mensen opgeofferd, die zinloosheid van een dergelijke oorlogsvoering. Men moest bijvoorbeeld op een heuvel een stelling innemen, ongedekt, in rijen naast elkaar. Het werd ook een loopgravenoorlog omdat de legers vastliepen en men zich toen ingroef. Kenmerkend is verder dat een leven echt niet telde. Het imago van de grote heren, de generaals, was belangrijker. Men wilde een bepaalde slag winnen, ongeacht het aantal doden. Bij de slag om de Somme (juni- november 1916) bijvoorbeeld, zijn op de eerste dag twintigduizend doden gevallen en bijna veertigduizend gewonden! In totaal zijn er in de Eerste Wereldoorlog tien miljoen doden gevallen, burgers en militairen. Van de Tweede Wereldoorlog is veel meer bekend dan van de Eerste Wereldoorlog, dat maakte mij ook nieuwsgierig. Als Nederland waren we toen neutraal en Duitsland wilde Nederland te vriend houden voor de aan- en afvoer via onze havens, maar de Engelsen blokkeerden deze. Nederland heeft in die oorlog wel één miljoen Belgen opgevangen.

Wat doe je verder met deze verzameling en schat aan informatie?
Bij gebrek aan tijd doe ik hier niet zo veel mee. Ik denk er wel over om na mijn pensionering een soort gidsreizen te organiseren. Of misschien wat te maken voor lessen op school. Mensen mogen mij trouwens altijd aanspreken op deze passie.

Ik begrijp dat je nu wat gaat doen op je fiets?
We gaan elk jaar een week met de auto naar het gebied, ik ben er al meer dan 45 keer geweest. Naar begraafplaatsen en plekken van oorlogsvoering, wat we vastleggen. Dit jaar ga ik echter de frontlinie van Nieuwpoort (B) naar Bazel fietsen. Er is een boekje met deze fietstocht. Ik doe dit op de fiets om te ervaren welke afstand de soldaten moesten lopen met dertig kilo bepakking, 1.100 kilometer. Ik wil ook een beetje afzien. Ik vertrek op 9 juli en hoop rond 20 juli in Bazel te zijn. Daar wacht mijn vrouw me op en mijn oudste zoon fietst de laatste etappe mee. Naast het fietsen heb ik overdag de tijd om plekken te bezoeken. Ik verwacht wel in België contacten te leggen met bijvoorbeeld Amerikanen en Engelsen die ook nog veel belangstelling tonen voor deze oorlog. Ik fiets met een normale, dertig jaar oude opgeknapte trekkingbike en ik ben nu druk aan het trainen. Misschien houd ik wel een blog bij en wellicht ga ik nog sponsoring aan deze tocht verbinden. Voor de New Wings Foundation, zij helpen om kinderen na een transplantatie weer op de been te krijgen. Mijn oudste kleindochter heeft nu twee jaar donorlongen en het lijkt me zinvol om deze organisatie te steunen. Een volgende uitdaging is misschien het fietsen van de Dodendraadroute. De Duitsers hebben destijds een stroomdraad gespannen aan de grens tussen België en Nederland, daardoor zijn veel mensen gesneuveld. Hier ligt een fietsroute langs.

Je hebt heel veel verzameld, wat is je interessantste voorwerp?
Het meest creatieve is eigenlijk dat kruis aan de wand. Ik heb dat samen met mijn buurman in elkaar gezet. Het is een ‘varkensstaart’, neergezet als afscheiding bij een loopgraaf om de vijand tegen te houden. Met origineel draad, gemaakt door Nokia. Zij leverden destijds aan veel landen.

Heb je nog meer hobby’s?
Eigenlijk zijn mijn kleinkinderen ook een hobby en ik ga met zoon Wiebe regelmatig naar de wedstrijden van Go Ahead Eagles. Ook speel ik al veertig jaar gitaar en heb ik veel gospelgroepen begeleid.

Hoe kijk je aan tegen de ontwikkeling van Diepenveen aan?
Diepenveen is wel altijd Diepenveen gebleven. Het dorpse blijft bestaan. Destijds waren we boos omdat we werden ingelijfd door Deventer. Die boosheid is geluwd. Het mooiste vind ik altijd dat je vanaf elke kant via het groen het dorp inrijdt. Voor veel zaken zijn we verder op Deventer gericht, maar ik voel mij Diepenvener.

 

Interview en foto’s: Jaco Remmelink

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In Beeld: Straatnamen verklaard, B.W. Hopperus Bumaweg

Van sommige straatnamen – Dorpsstraat, Olsterweg, Sallandsweg – is het duidelijk waarom ze zo heten. Van andere is het minder bekend: waar stond die molen dan aan de Molenweg, wie was Swedera van Runen ook alweer, wat is er oranje aan de Oranjelaan en hoezo Draaiomsweg?

Lamberthe de Jong van de Historische Vereniging Diepenveen belicht regelmatig een lokale straat met een korte uitleg en een paar oude en nieuwe beelden. Het zevende ‘Straatnamen verklaard’ artikel gaat over de B.W. Hopperus Bumaweg.

Interview met Harco Jellema: ‘Belangrijk blijft dat we de leefbaarheid van het dorp moeten koesteren’

Jaco Remmelink: langzamerhand heb ik een lijstje met meer en minder bekende Diepenveners. Mensen die ik zou willen interviewen. Vandaag zit ik in de ruime werkkamer van Harco Jellema (Den Haag, 1947). We hebben een prachtig uitzicht over de tuin met weiland en op zijn bureau stapels papier, met als achtergrond de rand van de bebouwing van Diepenveen. Al pratend komen we terecht in het leven van Harco.

Harco Jellema vertelt: ik ben een Wagenings ingenieur en ik stel me tegenwoordig voor als ‘tropical agronomist & soil scientist’, met als specialisatie bodemkunde, waaronder plantenvoeding, bodemmicrologie en tropische plantenteelt. Een mooi pakket. Direct na mijn afstuderen zijn wij, ik was als deskundige in dienst van Buitenlandse Zaken, naar Sao Tomé, West-Afrika gegaan. Met ‘wij’ bedoel ik, mijn vrouw Gon en onze eerste baby van drie maanden. Achter mij aan gingen per schip vier landrovers en een heel laboratorium in kisten en onze inboedel, waaronder een voorraad levensmiddelen en medicijnen. Met nul ervaring: veel succes daar! Ik heb op Sao Tomé een bodemkundig lab opgezet, analisten opgeleid en veel veldproeven gedaan. Ik was daar ook elektricien, loodgieter, bouwkundige en de landrovers moesten we zelf repareren. Sao Tomé is een klein vulkanisch eilandje, ter grootte van de provincie Utrecht, voor de kust van Gabon, precies op de evenaar. Het is een zelfstandige republiek en een voormalige kolonie van Portugal. Men leefde daar van de deviezen van koffie- en cacao-export. Men kocht alle basale voedingsproducten in Portugal. Na de onafhankelijkheid van de Portugezen in 1975 stortte de cacaoproductie in en ongeveer tegelijkertijd de internationale cacaoprijs. Het eiland is enorm vruchtbaar en je kunt er van alles telen. We zijn begonnen om voedsellandbouw te introduceren. Ik ben gestart met heel veel proefvelden met boontjes, rijst, maïs en dergelijke. Voedselgewassen om te laten zien dat die daar ook goed kunnen groeien. Het vulkanische eiland kent een droge savanne in het noorden en een nat tropisch regenwoud in het zuiden, met 8.000 mm neerslag! Op de hellingen kun je alle specerijen telen: kaneel, pepers, maar ook koffie en cacao, noem het maar op. Tot mijn grote vreugde mocht ik er recent nog een keer heen voor een nieuw project.

Na deze uitdaging naar Diepenveen?
Na drie jaar was het onderzoeksproject afgelopen. Mijn vrouw ging al eerder terug naar Nederland voor de bevalling van ons tweede kind en ging op zoek naar een baan voor mij. Al snel belde zij op dat er een baan voor mij was aan de Tropische Landbouwschool in Deventer. In september 1981 ben ik daar begonnen als docent (tropische) bodemkunde en bemestingsleer. Voor mijn werk in Deventer zijn we in 1984 in Diepenveen gaan wonen. Ik heb 25 jaar gewerkt aan de Tropische Landbouwschool, laatstelijk als adjunct-directeur, locatiemanager. Later is dit ‘Hogeschool Larenstein’ geworden. In 1988 zouden we met meerdere instellingen – de RHSTL Boskoop, de Hogere Bosbouwschool in Velp en de Laboratoriumschool in Wageningen – onder één noemer verder gaan op één locatie in Velp. Door ons verzet daartegen en mijn lobby in Den Haag, konden de opleidingen in Deventer voorlopig blijven bestaan. In 2005 zijn alle opleidingen van Deventer verhuisd naar Wageningen voor een betere samenwerking tussen het hbo- en wo-onderwijs. Op dat moment was er voor mij en veertien collega’s een leuke regeling en zijn we gestopt. Vanaf dat moment vlieg ik rond als consultant. Ik heb met een aantal collega’s een NGO (non-gouvernementele organisatie) opgezet. Van Afrika tot Latijns-Amerika zijn intussen veel landen bezocht waar problemen zijn op landbouwkundig gebied in de relatie bodem, klimaat en gewas. Als ik weer in de tropen ben, voel ik me als een vis in het water. De lobby in Den Haag was mijn kennismaking met de politiek. Ik heb onder andere gezeten in de gemeenteraad van toen nog Diepenveen, in de Provinciale Staten van Overijssel en na de gemeentelijke herindeling in de gemeenteraad van Deventer. In de Staten van Overijssel was ik commissievoorzitter Ruimtelijke Ordening. Ik heb dit allemaal gedaan naast mijn werk op Hogeschool Larenstein.

Wat vind je zo leuk aan politiek?
Nou, je kunt wat betekenen voor de maatschappij, voor de burger. In de gemeentelijke politiek zit de burger in je nek. Bij de provincie ben je wat breder bezig. Maar altijd in het belang van de samenleving. Momenteel ben ik bestuursvoorzitter van de VVD regio Salland (Deventer, Olst-Wijhe en Raalte). Wij zetten met name campagnes op voor de verkiezingen en stellen onder meer de kandidaatstellingscommissie vast. Tevens ben ik voorzitter van het 4 mei Comité en voorzitter van de Sociëteit Diepenveen Dorp. De sociëteit is een heel leuke en gezellige vereniging. Voor de leden (circa zeventig) organiseren wij tien lezingen per jaar. Dat zijn lezingen op gebied van onder andere cultuur, literatuur, muziek, natuur, (medische) wetenschap. Introducés zijn altijd een keer welkom. Daarna vragen we hen om lid te worden van onze vereniging Sociëteit Diepenveen Dorp. In 2021 hebben we ons vijftigjarig jubileum.

 Heb je hiernaast nog hobby’s?
Ik rijd al zestig jaar paard, nu nog af en toe door de bossen hier. Ook heb ik tochten gemaakt te paard in Hongarije en trektochten in de Pyreneeën. Naast het reizen, fotografeer ik heel veel en houd met deze foto’s veel lezingen over mijn werk in de ontwikkelingslanden en bijzondere onderwerpen. Ik ben ook nog voorzitter van Stichting Europa Kinderhulp. Wij organiseren, met 170 vrijwilligers, reizen voor kansarme kinderen uit grote steden in Europa. De kinderen logeren bij een Nederlands gastgezin. Daarnaast ben ik ook lid van de Deventer Bomenstichting en lid van de Adviescommissie Natuur en Milieu en Duurzaamheid. Deze Adviescommissie geeft gevraagd en ongevraagd advies aan B&W van de gemeente Deventer.

Hoe kijk je tegen het dorp Diepenveen aan?
Na de gemeentelijke herindeling was er wel een vraag. Wordt Diepenveen een wijk van Deventer of kunnen wij ons eigen karakter als dorp behouden? Dat laatste is wel goed gelukt, mede dankzij de inzet van Van Lidth. We zijn officieel een wijk van Deventer, maar het dorpskarakter hebben we kunnen behouden. Diepenveen is duidelijk een dorp gebleven met veel dorpse activiteiten. Denk bijvoorbeeld aan de 4 mei viering, de braderie op Koningsdag, de rommelmarkt en de vele andere activiteiten in het dorp. Nieuwkomers in het dorp worden goed opgenomen. Men moet zichzelf daar wel voor openstellen. Het is belangrijk dat we de leefbaarheid van het dorp koesteren. Daar zet ik me voor in.

Interview en foto: Jaco Remmelink

Dorpsplein Diepenveen in gesprek met Robert Slinkman, de nieuwe oefenmeester van Diepenveen 1 in het volgende seizoen

In november kwam het nieuws naar buiten dat VV Diepenveen op zoek moest naar een nieuwe trainer. Martin Dollenkamp vertrekt na drie seizoenen bij VV Diepenveen en zal volgend seizoen het vlaggenschip van SV Heeten onder zijn hoede nemen. In de zoektocht naar een nieuwe coach vindt de commissie, bestaande uit leden uit de Technische Commissie en ervaren spelers uit het eerste, een nieuwe trainer. Robert Slinkman, werkzaam bij WZC Wapenveld, bekleedt met ingang van seizoen 2020/2021 de functie van hoofdtrainer van VV Diepenveen 1. Dorpsplein Diepenveen interviewt Slinkman over zijn overstap.   

Kennismaking
Robert Slinkman woont samen met zijn vriendin, een zoon van 9 en een dochter van 10 in Bathmen. Hij is werkzaam in Hengelo als Engagement Manager bij Previder. Als trainer had hij in zijn beginjaren, samen met zijn maatje Bjorn Rutten, de CJV’er onder zijn hoede. Robert: “Uiteindelijk heb ik daar 6 jaar gezeten. Dat waren succesvolle jaren. We begonnen onderin de 3e klasse en zijn helaas de finale naar de 1ste klasse misgelopen. De laatste 2 jaar merkte ik dat het clubgevoel, mede door de fusie in 2013 met RDC, was weggeëbd. Ik ben toen op zoek gegaan naar een dorpsclub. Ik merkte bij verengingen in de stad dat leden heel makkelijk overstappen van de ene naar de andere club. In een dorp zijn vaak hele families verbonden aan een club. Dat heeft meer mijn voorkeur.”

Het degradatiespook
Na een korte zoektocht kwam de Bathmenaar in 2015 uiteindelijk uit bij, zo leek het, 2de klasser SC Overwetering. Maar kort na de aanstelling van Robert degradeerde de Olsternaren naar de 3de klasse. Uiteindelijk wist hij in 3 jaar de sportclub uit Olst weer naar de 2de klasse te brengen. Slinkman was toen klaar voor een nieuwe uitdaging: “Er viel voor mij bij Overwetering niet veel meer te halen, dus ben ik op zoek gegaan naar een zaterdagvereniging. Omdat ik het altijd wel fijn vind om de zondag nog vrij te hebben.” In 2018 kwam Slinkman bij WZC Wapenveld terecht en daar zit hij nu voor zijn 2de jaar. De verwachting was dat hij een 3de klasser kreeg, maar wederom degradeerde er een club waar Slinkman net als nieuwe trainer was aangesteld. “Het verhaal herhaalt zich een beetje hè? Ik heb Diepenveen ook al gewaarschuwd”, zegt Slinkman cynisch. “De vorige clubs waar ik ben aangesteld, zijn allemaal gedegradeerd, al ben ik daar nu niet bang voor. Kijkend naar het team en de punten die er nu staan.”

Diepenveense roots
Omdat Slinkman kinderen heeft die allebei sporten, wordt het vaak krap om dat te combineren op zaterdag. Vandaar de keuze om naar een dorpsclub te gaan die op zondag speelt. Robert: “Ik hoorde van velen dat er bij Diepenveen een vrij jonge selectie stond. Ik hou er niet zo van om een club vanuit mijzelf te benaderen, maar ik heb Diepenveen toen toch maar een brief en mijn CV opgestuurd. Toen heb ik een gesprek gehad met een deel van de spelersraad, de leiders en de Technische Commissie. Een paar dagen later kwamen wij beiden tot de conclusie dat het wel goed aanvoelde. Het klikte gelijk. De ambitie van de club heeft mij doen besluiten deze kant op te komen. Daarnaast woonden mijn opa en oma (Gerrit en Riek Slinkman) in Diepenveen en kwam ik regelmatig in het dorp.

“Wat mij betreft kunnen de Diepenveense fans spektakel verwachten.”

Het spektakel van Robert Slinkman
Slinkman heeft een aanvallende en agressieve speelstijl en een duidelijke mening over zijn aanpak als trainer: “Ik vind dat je het spelletje speelt om te presteren. Ik word altijd heel moe van trainers die bij mindere resultaten zeggen dat hun team in een proces zit. Ik ben wel degelijk een prestatietrainer, want uiteindelijk ben ik een passant. Ik moet ervoor zorgen dat de rek die in deze jonge ploeg zit er ook daadwerkelijk wordt uitgehaald.” De aanvallende speelstijl van Slinkman uit zich in een 4-4-2 systeem waarbij de buitenste middenvelders doordrukken op de backs en zijn 2 spitsen de 2 centralen verdedigers al vroeg onder druk zetten. Robert: “Wat mij betreft kunnen de Diepenveense fans spektakel verwachten!”

Verbondenheid bij een club als Diepenveen is erg belangrijk
“Ik vind bij een club als Diepenveen het stukje verbondenheid erg belangrijk. Ik wil op de club zichtbaar zijn voor de pers, bestuursleden en de rest van de club. Ik blijf op de zondag graag nog even zitten waardoor ik spreekwoordelijk het licht uit kan doen. Daarnaast bekijk ik de jeugdelftallen op de zaterdag en de reserve elftallen op de zondag. Zo krijg ik een reëel beeld van alle spelers binnen de club. Ik heb de club gevraagd om een assistent. Iemand die de club en de mensen kent, omdat ik natuurlijk nieuw binnenkom.” De Diepenveense Technische Commissie schoof Patrick Kieftenbelt naar voren. Hij bekleedt met ingang van het seizoen 2020/2021 de functie als assistent trainer. “We gaan binnenkort nog even aan tafel zitten om alles te bespreken, maar ik heb het idee dat we een goeie klik hebben en een goeie samenwerking tegemoet gaan.”

Aanhaken bij de top!
“Ik wil met Diepenveen aanhaken bij de top 5 van de 3de klasse! Na een promotie is het 2e jaar altijd lastiger dan het eerste jaar. De ploegen leren je beter kennen en hebben een strijdplan tegen je ontwikkeld. Daarom lijkt het mij een mooi idee om als nieuwe trainer een nieuwe inbreng te geven aan dit elftal.” Slinkman speculeert over de toekomst: “Ik wil eerst aanhaken bij de top van 3de klasse, waardoor we een stabiele factor worden. Daarna zou het na al die tijd met Diepenveen een keer moeten lukken om naar de 2de klasse te promoveren. We gaan er iets heel moois van maken.”

 

Tekst: Mathijs Bolink
Foto’s: Robert Slinkman

In Beeld: al 85 jaar Sallandsche Golfclub ‘De Hoek’, uitgebreid interview met Remke Ligtvoet en Bart van Hees

Redactielid Erna Metz van Dorpsplein Diepenveen interviewde een week geleden Remke Ligtvoet en Bart van Hees, bestuursleden van Sallandsche Golfclub ‘De Hoek’ in het kader van hun lustrumjaar. Dit jaar bestaat de Sallandsche 85 jaar, volgend weekend (lustrumweekend 7 september) zijn er allerlei activiteiten. Een interessante golfclub met rijke historie! Lees het hele interview…

 

 

 

In Beeld. Een interview met Jeffrey Mooren over verknocht zijn aan Diepenveen en het organiseren van het leukste dorpsfeest wat er is!

Deze week sprak Dorpsplein Diepenveen met Jeffrey Mooren. Geboren en getogen in Diepenveen is hij inmiddels zo verknocht aan ons dorp, dat hij er niet aan moet denken om ergens anders te wonen. En omdat hij het hier zo leuk vindt, draagt hij graag een steentje bij aan het dorp. Onder andere wordt er op dit moment weer hard gewerkt aan de organisatie van Dorpsfeest Diepenveen. Nog een paar weken, en dan kan het feest beginnen! LEES HIER HET HELE INTERVIEW MET JEFFREY 

 

In beeld: de eerste bewoners van Eikendal Zuid 2

Sinds de kavels op Eikendal Zuid 2 in maart 2018 door de gemeente werden verloot, is er veel gebeurd. Er was veel animo en een groot deel van de kavels werd al snel verkocht, de grondeigenaren gingen met aannemers en architecten om de tafel en de diverse, zeer verschillende ontwerpen werden uitgezocht.

De bouwers zochten elkaar al meerdere keren op bij het Hof van Salland, om onder het genot van een kopje koffie, bouwplannen, ideeën en tips uit te wisselen. In januari werd zelfs een heuse Eikendal wijn geschonken! Met dank aan Proef! in Diepenveen.

 

Lees hier het hele verslag.

Ben Droste, een uitgetreden kapelaan die de mens boven het systeem stelt

Interview met Ben Droste wonend aan het Randerpad

Ben vertel eens wat over jezelf

Dat is een hoop. Ik ben 86 en er is heel wat gepasseerd. Geboren in Lobith. Ik was de jongste van acht kinderen. Mijn moeder had het dus druk en was bovendien vaak ziek. Daarom werd mijn oudste zus na de lagere school thuisgehouden om haar te helpen. In feite had ik twee moeders en emotioneel was mijn oudste zus van die twee het belangrijkst. Toen zij 18 jaar werd, had ze de leeftijd om in het klooster in te treden en is ze gegaan. Ik was toen op vijfjarige leeftijd mijn eerste moeder kwijt. Ze verdween van de ene dag op de andere uit mijn leven en veel later heb ik me gerealiseerd dat dit verlies de reden is geweest waarom ik als kind al besloot om priester en missionaris te worden: ik ging mijn moeder-zus achterna. Zo belandde ik in 1946 op dertienjarige leeftijd op een kleinseminarie in Tilburg, vlak bij het klooster waar zij ingetreden was. Hoewel zij het jaar daarvoor al door een verdwaalde V2 was omgekomen, heb ik die premature beroepskeuze niet herzien. Ik werd lid van een kloostergemeenschap, tot priester gewijd en in 1962 aangesteld als kapelaan (assistent van een pastoor) in een grotestadsparochie.

Het eerste jaar heb ik daar met overtuiging en plezier gewerkt. Toen werd de oude maar vernieuwende pastoor vervangen. Zijn opvolger duldde geen nieuwlichterij en ik kwam snel tot de conclusie dat ook een religieus instituut keihard en mensonvriendelijk kan zijn. Dus ben ik na drie jaar uitgetreden, dat was een ingrijpend besluit. Als randkerkelijke heb ik toen vanuit Utrecht nog een tijdje bij de oecumenische groepering Shalom in Bunnik diensten meegemaakt.

Met het christendom heb ik heel weinig meer. Ik noem mij wel eens een evolutionist, want ik ben zeer geboeid door onder andere Teilhard de Chardin die een originele visie op de evolutie ontwikkelde, waarin de mens een sturende factor wordt in een hoopvolle toekomst (Teilhard de Chardin, jezuïet, paleontoloog en theoloog. Paus Pius XII veroordeelde zijn stellingen, JR).

Dan moet je opnieuw beginnen
Dat klopt, ik wilde een studie beginnen maar ik werd verliefd. Dus het perspectief van weer studeren veranderde. Ik moest een bron van inkomsten vinden. Toen ben ik gaan werken in een boekhandel, gespecialiseerd in katholieke theologie, in Utrecht. De verdiensten vielen echter tegen. Ik ben – na een jaar in die boekhandel en nog twee maanden bij een juridische uitgever in Deventer – bij uitgeverij Paul Brand in Hilversum als redacteur gaan werken. Na vier jaar hield ik het ook daar voor gezien, omdat die maatschappijkritische uitgeverij werd ingepakt in een groot uitgeversconcern.

Een klein beetje in paniek ben ik naar wat anders gaan zoeken. Humanitas, een landelijke vereniging met het centraal bureau in Amsterdam, wilde mij wel hebben. Zij was in 1945 opgericht door de SDAP ( Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, uiteindelijk opgegaan in de Partij van de Arbeid, JR) als aanvulling op de christelijke instellingen. Uiteraard staat hier de mens centraal. Het Humanistisch Verbond is, zou je kunnen zeggen, een voortbrengsel van Humanitas.

Mijn functie werd beleidsmedewerker ouderenwerk, adviseur in de werkgebieden in het land. Ook ben ik daar actief geweest met het schrijven van veel publicaties. Ik heb er ruim 24 jaar gewerkt. Ik kreeg daar ook de ruimte om een landelijke actiegroep op te richten: De Jong Oud Trust ter bevordering van een ononderbroken levensloop. Doel: vernieuwingen tot stand te brengen. Onder meer in de intramurale zorg. Het opnemingsbeleid was toen: een derde gezond, een derde een beetje krakkemikkig en een derde verzorgingsbehoevend. Dat was de ideale bevolking van verzorgingshuizen in het hele bejaardenwerk. Als rebel vond ik dat mensen niet in een verzorgingstehuis horen als ze niet echt verzorging behoeven. Mensen moesten zo lang mogelijk op zichzelf kunnen wonen. Nu is dat na een ruwe afbraak van de verzorgingstehuizen de leer geworden. Dat is een pure geldkwestie geweest.

Ik hoor onder andere Lobith, Utrecht, Amsterdam en nu zitten we in Diepenveen, hoezo?
Ik dacht al: die vraag zal wel komen. We wilden een Stichting Ouderenadviseurs opzetten. Met onafhankelijke adviseurs voor ouderen, die tegenwicht konden bieden aan organisaties en onpartijdig advies konden geven aan ouderen. Liesbeth Klein Beernink was directeur van een buurtvoorziening in Amsterdam die als eerste dit model overnam; zij woonde in Harfsen. Toos van Aarsen, mijn huidige echtgenote, kwam uit het maatschappelijk werk en zocht ander werk. Toos is bij haar stichting ouderenadviseur en later groepscoördinator geworden. Zo kwamen wij met Liesbeth in gesprek. Ik was inmiddels een beetje uitgewerkt, ik was zestig en kon met de VUT. Ons huis in De Bilt was toe aan een grondige onderhoudsbeurt en ik wilde in de tuin een schrijvershonk bouwen. Dat ging veel geld kosten. Op enig moment zeiden we tegen elkaar: laten we ons huis verkopen en wat anders gaan zoeken. Liesbeth zei toen: je moet eens óver de IJssel gaan kijken. Dat is veel goedkoper en het is leuk volk. Zij reisde zelf ook van Harfsen naar Amsterdam, dus dat hoefde geen obstakel te zijn. Zo zijn we in 1994 hier terechtgekomen. We wonen dus al 25 jaar in Diepenveen.

Je hebt veel geschreven, doe je nog wat als schrijver?
Ik schreef erg veel voor Humanitas. Regelmatig zat ik ergens in een hutje lekker afgezonderd te schrijven. Later heb ik in Diepenveen enkele boeken geschreven: Aarzelend licht, een mythische toekomstvertelling en ook een trilogie in het genre fantasy De weg binnendoor. Vorig jaar ben ik begonnen om mijn levensverhaal op te schrijven. Daar ga ik komende winter waarschijnlijk mee verder. Door het timmeren van een boomhut voor de kleinkinderen is dat deze zomer blijven liggen.

Ooit heb je in Deventer een gedichtenwedstrijd gewonnen
Dat was in 2016. Naar aanleiding daarvan heb ik wat gedichten uit een la gehaald en gebundeld onder de titel Pitten doorslikken uitgegeven. Ik voel me echter prozaschrijver, geen dichter. Maar ik kan wel gedichten ópschrijven; die komen namelijk min of meer vanzelf, daar wacht ik op.

Heb je je nog ingezet voor de Diepenveense gemeenschap?
Wim Roetert, mijn inmiddels overleden buurman, heeft de Historische Vereniging Dorp Diepenveen e.o. opgericht en hij heeft mij daarin meegesleept. Ik zat in het bestuur en was de trekker van de pr-groep. Daar zat veel werk in en na vijftien jaar vond ik het vorig jaar welletjes.

Hoe beleef je Diepenveen?
Voor zowel Toos als voor mij is het wonen hier heerlijk. Het was de bedoeling dat ik hier schrijver-schrijnwerker zou worden. Ik wilde gaan schrijven en timmeren. Maar toen ik hier in De Ravenbosch kwam, was ik verloren. De eerste zeven jaren hier ben ik zes dagen per week druk bezig geweest met het huis, het terrein en het bos.De kracht van Diepenveen is naar mijn idee, dat wij aan de stad hangen en niettemin een dorp blijven. Je wordt mentaal toch gauw opgeslokt door een stad en dan is het best opvallend dat jongeren hier vaak vertrekken en uiteindelijk weer naar het dorp terugkomen.

 

Interview en foto: Jaco Remmelink

 

In Beeld: Straatnamen verklaard, Brinkerinckbaan

Van sommige straatnamen – Dorpsstraat, Olsterweg, Sallandsweg – is het duidelijk waarom ze zo heten. Van andere is het minder bekend: waar stond die molen dan aan de Molenweg, wie was Swedera van Runen ook alweer, wat is er oranje aan de Oranjelaan en hoezo Draaiomsweg?

Lamberthe de Jong van de Historische Vereniging Diepenveen belicht regelmatig een lokale straat met een korte uitleg en een paar oude en nieuwe beelden. Het zesde ‘Straatnamen verklaard’ artikel gaat over de Brinkerinckbaan.

Kunstenaarscollectief Diepenveen (KCD) schildert en tekent verder onder nieuwe naam

De teken- en schildergroep Diepenveen, die al twintig jaar bestaat, heeft recent een nieuwe naam gekregen: ‘Kunstenaarscollectief Diepenveen’; gemakkelijk af te korten tot KCD.

Wie zijn wij?
Op dit moment bestaat de groep uit zestien personen uit Diepenveen en omgeving. Onder begeleiding van Eric Stroebel weten we elkaar op het vlak van schilderen en tekenen al vele jaren te inspireren en aan te moedigen.

In 1999 is de groep gestart, in een ruimte in het Dorpshuis te Diepenveen. En nog steeds wordt er elk seizoen (in wat nu het Kulturhus Diepenveen heet) geschilderd, getekend en geaquarelleerd. Kleine werken, grote doeken, allerlei verschillende thema’s. Iedereen werkt in zijn eigen tempo aan datgene wat hem of haar boeit.

Eric Stroebel
Eric Stroebel geeft suggesties over kleuren, compositie, te gebruiken materialen en als iemand vastloopt advies hoe het soms anders kan.
Er zijn in de loop der jaren enkele mensen vertrokken, anderen hebben zich aangesloten bij de groep. Zo is de grootte van de groep op zestien personen gebleven en het mag gezegd: de meeste mensen kennen elkaar al twintig jaar lang!
Ook goed om te weten: Stichting Raster ondersteunt onze groep door onder andere administratieve taken op zich te nemen en te adviseren rondom PR.

Buitenatelier
In de zomer wordt een enkele keer buiten geschilderd. De natuur, het dorpse karakter van Diepenveen en de stad Deventer met z’n prachtige steegjes en de IJssel vormen een mooi decor om vast te leggen.

Expositie
Eens in de twee jaar wordt een tweedaagse expositie in Diepenveen gehouden. Als expositieruimte dient één van de zalen in het Kulturhus Diepenveen, die daartoe een metamorfose ondergaat. De belangstelling uit Diepenveen en omgeving is altijd groot. Gemiddeld 250 bezoekers per expositie!


Nieuws
2019 is het jaar waarin de groep twintig jaar bestaat en 9 en 10 november 2019 zijn ‘geprikt’ om een tweedaagse expositie in Diepenveen te houden. Naast de expositie gaan we dat vieren met een extra kunstzinnige activiteit. Daarover volgt binnenkort meer nieuws.


‘Als een stem van binnen zegt: ‘je kunt niet schilderen’;
schilder dan en de stem zal tot zwijgen gebracht worden.’

Uitspraak van Vincent van Gogh

 

 

 

 

In Beeld: Straatnamen verklaard, Burgemeester Smijterweg

Van sommige straatnamen – Dorpsstraat, Olsterweg, Sallandsweg – is het duidelijk waarom ze zo heten. Van andere is het minder bekend: waar stond die molen dan aan de Molenweg, wie was Swedera van Runen ook alweer, wat is er oranje aan de Oranjelaan en hoezo Draaiomsweg?

Lamberthe de Jong van de Historische Vereniging Diepenveen belicht regelmatig een lokale straat met een korte uitleg en een paar oude en nieuwe beelden. Het vijfde ‘Straatnamen verklaard’ artikel is de Burgemeester Smijterweg.

Interview met Ineke Teunissen: 24 jaar Passe-Partout

De in Diepenveen en omstreken bekende winkel Passe-Partout is al 24 jaar het vertrouwde adres voor kantoor- en hobbymateriaal, pasfoto’s, kaarten, decoratie- en interieurartikelen en natuurlijk als PostNL-agentschap.

Met het pensioen van haar echtgenoot Willem in zicht, heeft Ineke ervoor gekozen om hier samen met haar man van te gaan genieten.

Afgelopen donderdag 4 juli was de laatste openingsdag met als afsluiting op zaterdag 6 juli een drukbezochte gelegenheid om Ineke persoonlijk gedag te komen zeggen.

Lees hier het hele interview.

In Beeld. Interview met Ed Lammers, wonend aan de Roeterdsweg

‘Dat de annexatie van de gemeente Diepenveen op een latere termijn plaatsvond, was alleen maar goed. Dankzij die vertraging is de sociale binding in Diepenveen overeind gebleven en is het dorpse karakter behouden.’

Ed, vertel eens iets over jezelf.
Ik ben een molenaarszoon uit Empe (tussen Voorst en Zutphen, JR) uit een protestants-christelijke familie. Geïnspireerd door de plaatselijke timmerman, die regelmatig in de molen werkte, was het mij al vroeg duidelijk dat ik de techniek in wilde. Ik hoorde van mijn moeder dat ik als kleine jongen altijd Gemmink, de naam van de timmerman, wilde worden. Dus ben ik werktuigbouwkundige geworden. Eerst heb ik in Arnhem de HTS gedaan en na mijn militaire dienst naar de TU Delft. Ik koos voor een wat algemene richting: transporttechniek. Toen waren kranen, havenkranen, daarbinnen een hoofdvak. Ik studeerde af op het ontwerp van een scheepsdekkraan volgens een nieuw principe.

Lees hier het hele interview met Ed Lammers.

In Beeld. We zien door de bomen de pastorietuin weer in volle glorie

Toen tien jaar geleden de precieze grootte van de Diepenveense pastorietuin werd vastgesteld, is ook de jaarlijkse lentefair op Hemelvaartsdag gestart. Een paar jaar eerder was Henk Spit al begonnen met het herstellen van oude zichtlijnen en het brengen van meer openheid in de tuin. De indeling die hem daarbij aansprak, stamt uit 1882.
Het verhaal achter de geschiedenis van de pastorietuin leest u hier.

 

Informatie: Henk Spit
Foto’s: Harry Mulder
Tekst: Marianne Lahr

In Beeld. Redactielid en duizendpoot Jaco Remmelink wordt deze week 70 jaar. Valt dat mee of…?

Diepenvener Jaco Remmelink is de afgelopen jaren actiever dan ooit. Hij is na zijn pensioen nog zijn eigen bedrijf gestart, stopt veel tijd in vrijwilligerswerk, kookt graag (en lekker!) voor familie en vrienden, houdt van wandelen, hardlopen, tuinieren, zingen, reizen en is sinds kort opa van 2 kleinzonen.

Deze week, op 1 mei, werd hij 70 jaar. Aan de lezers van Dorpsplein Diepenveen vertelt hij waar hij de energie en de inspiratie vandaan haalt om zo actief te zijn. Lees hier het interview met Jaco Remmelink

Tekst: Agnes Folkersma
Foto’s: Joke Remmelink