Interview met Ben Droste wonend aan het Randerpad

Ben vertel eens wat over jezelf

Dat is een hoop. Ik ben 86 en er is heel wat gepasseerd. Geboren in Lobith. Ik was de jongste van acht kinderen. Mijn moeder had het dus druk en was bovendien vaak ziek. Daarom werd mijn oudste zus na de lagere school thuisgehouden om haar te helpen. In feite had ik twee moeders en emotioneel was mijn oudste zus van die twee het belangrijkst. Toen zij 18 jaar werd, had ze de leeftijd om in het klooster in te treden en is ze gegaan. Ik was toen op vijfjarige leeftijd mijn eerste moeder kwijt. Ze verdween van de ene dag op de andere uit mijn leven en veel later heb ik me gerealiseerd dat dit verlies de reden is geweest waarom ik als kind al besloot om priester en missionaris te worden: ik ging mijn moeder-zus achterna. Zo belandde ik in 1946 op dertienjarige leeftijd op een kleinseminarie in Tilburg, vlak bij het klooster waar zij ingetreden was. Hoewel zij het jaar daarvoor al door een verdwaalde V2 was omgekomen, heb ik die premature beroepskeuze niet herzien. Ik werd lid van een kloostergemeenschap, tot priester gewijd en in 1962 aangesteld als kapelaan (assistent van een pastoor) in een grotestadsparochie.

Het eerste jaar heb ik daar met overtuiging en plezier gewerkt. Toen werd de oude maar vernieuwende pastoor vervangen. Zijn opvolger duldde geen nieuwlichterij en ik kwam snel tot de conclusie dat ook een religieus instituut keihard en mensonvriendelijk kan zijn. Dus ben ik na drie jaar uitgetreden, dat was een ingrijpend besluit. Als randkerkelijke heb ik toen vanuit Utrecht nog een tijdje bij de oecumenische groepering Shalom in Bunnik diensten meegemaakt.

Met het christendom heb ik heel weinig meer. Ik noem mij wel eens een evolutionist, want ik ben zeer geboeid door onder andere Teilhard de Chardin die een originele visie op de evolutie ontwikkelde, waarin de mens een sturende factor wordt in een hoopvolle toekomst (Teilhard de Chardin, jezuïet, paleontoloog en theoloog. Paus Pius XII veroordeelde zijn stellingen, JR).

Dan moet je opnieuw beginnen
Dat klopt, ik wilde een studie beginnen maar ik werd verliefd. Dus het perspectief van weer studeren veranderde. Ik moest een bron van inkomsten vinden. Toen ben ik gaan werken in een boekhandel, gespecialiseerd in katholieke theologie, in Utrecht. De verdiensten vielen echter tegen. Ik ben – na een jaar in die boekhandel en nog twee maanden bij een juridische uitgever in Deventer – bij uitgeverij Paul Brand in Hilversum als redacteur gaan werken. Na vier jaar hield ik het ook daar voor gezien, omdat die maatschappijkritische uitgeverij werd ingepakt in een groot uitgeversconcern.

Een klein beetje in paniek ben ik naar wat anders gaan zoeken. Humanitas, een landelijke vereniging met het centraal bureau in Amsterdam, wilde mij wel hebben. Zij was in 1945 opgericht door de SDAP ( Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, uiteindelijk opgegaan in de Partij van de Arbeid, JR) als aanvulling op de christelijke instellingen. Uiteraard staat hier de mens centraal. Het Humanistisch Verbond is, zou je kunnen zeggen, een voortbrengsel van Humanitas.

Mijn functie werd beleidsmedewerker ouderenwerk, adviseur in de werkgebieden in het land. Ook ben ik daar actief geweest met het schrijven van veel publicaties. Ik heb er ruim 24 jaar gewerkt. Ik kreeg daar ook de ruimte om een landelijke actiegroep op te richten: De Jong Oud Trust ter bevordering van een ononderbroken levensloop. Doel: vernieuwingen tot stand te brengen. Onder meer in de intramurale zorg. Het opnemingsbeleid was toen: een derde gezond, een derde een beetje krakkemikkig en een derde verzorgingsbehoevend. Dat was de ideale bevolking van verzorgingshuizen in het hele bejaardenwerk. Als rebel vond ik dat mensen niet in een verzorgingstehuis horen als ze niet echt verzorging behoeven. Mensen moesten zo lang mogelijk op zichzelf kunnen wonen. Nu is dat na een ruwe afbraak van de verzorgingstehuizen de leer geworden. Dat is een pure geldkwestie geweest.

Ik hoor onder andere Lobith, Utrecht, Amsterdam en nu zitten we in Diepenveen, hoezo?
Ik dacht al: die vraag zal wel komen. We wilden een Stichting Ouderenadviseurs opzetten. Met onafhankelijke adviseurs voor ouderen, die tegenwicht konden bieden aan organisaties en onpartijdig advies konden geven aan ouderen. Liesbeth Klein Beernink was directeur van een buurtvoorziening in Amsterdam die als eerste dit model overnam; zij woonde in Harfsen. Toos van Aarsen, mijn huidige echtgenote, kwam uit het maatschappelijk werk en zocht ander werk. Toos is bij haar stichting ouderenadviseur en later groepscoördinator geworden. Zo kwamen wij met Liesbeth in gesprek. Ik was inmiddels een beetje uitgewerkt, ik was zestig en kon met de VUT. Ons huis in De Bilt was toe aan een grondige onderhoudsbeurt en ik wilde in de tuin een schrijvershonk bouwen. Dat ging veel geld kosten. Op enig moment zeiden we tegen elkaar: laten we ons huis verkopen en wat anders gaan zoeken. Liesbeth zei toen: je moet eens óver de IJssel gaan kijken. Dat is veel goedkoper en het is leuk volk. Zij reisde zelf ook van Harfsen naar Amsterdam, dus dat hoefde geen obstakel te zijn. Zo zijn we in 1994 hier terechtgekomen. We wonen dus al 25 jaar in Diepenveen.

Je hebt veel geschreven, doe je nog wat als schrijver?
Ik schreef erg veel voor Humanitas. Regelmatig zat ik ergens in een hutje lekker afgezonderd te schrijven. Later heb ik in Diepenveen enkele boeken geschreven: Aarzelend licht, een mythische toekomstvertelling en ook een trilogie in het genre fantasy De weg binnendoor. Vorig jaar ben ik begonnen om mijn levensverhaal op te schrijven. Daar ga ik komende winter waarschijnlijk mee verder. Door het timmeren van een boomhut voor de kleinkinderen is dat deze zomer blijven liggen.

Ooit heb je in Deventer een gedichtenwedstrijd gewonnen
Dat was in 2016. Naar aanleiding daarvan heb ik wat gedichten uit een la gehaald en gebundeld onder de titel Pitten doorslikken uitgegeven. Ik voel me echter prozaschrijver, geen dichter. Maar ik kan wel gedichten ópschrijven; die komen namelijk min of meer vanzelf, daar wacht ik op.

Heb je je nog ingezet voor de Diepenveense gemeenschap?
Wim Roetert, mijn inmiddels overleden buurman, heeft de Historische Vereniging Dorp Diepenveen e.o. opgericht en hij heeft mij daarin meegesleept. Ik zat in het bestuur en was de trekker van de pr-groep. Daar zat veel werk in en na vijftien jaar vond ik het vorig jaar welletjes.

Hoe beleef je Diepenveen?
Voor zowel Toos als voor mij is het wonen hier heerlijk. Het was de bedoeling dat ik hier schrijver-schrijnwerker zou worden. Ik wilde gaan schrijven en timmeren. Maar toen ik hier in De Ravenbosch kwam, was ik verloren. De eerste zeven jaren hier ben ik zes dagen per week druk bezig geweest met het huis, het terrein en het bos.De kracht van Diepenveen is naar mijn idee, dat wij aan de stad hangen en niettemin een dorp blijven. Je wordt mentaal toch gauw opgeslokt door een stad en dan is het best opvallend dat jongeren hier vaak vertrekken en uiteindelijk weer naar het dorp terugkomen.

 

Interview en foto: Jaco Remmelink