Door Leo Polhuys

In de bossen bij Nieuw Rande kun je mooi wandelen. Tijdens één van je tochten kun je een grote kuil tegenkomen. Naast een waterpomp, een liggende boom waarop je je evenwichtskunst kunt laten zien, liggen er zwerfkeien en een boomstam met zijtakken waarop je lekker kunt balanceren of vanaf kunt springen. Er liggen losse takken om hutten mee te bouwen. Het meest opvallend is echter de boomstam van drie meter die ondersteboven in de bodem is geplaatst.

Het gaat hier om een initiatief van Diepenvener Johan Oost. Hij runt samen met zijn vrouw Elske en de medewerkers op enkele honderden meters afstand ingenieursbureau OBB, landelijk actief als specialist op het gebied van openbare speelruimte.

Inspanning
,,Samen met boseigenaar Stichting IJssellandschap kwamen we op het idee er een natuurlijke en avontuurlijke speelplek van te maken. De klimboomstam is geheel gecertificeerd volgens de geldende veiligheidseisen voor speeltoestellen. Het best kost inspanning om er boven op te komen! Via inkervingen in de stam kun je grip krijgen.”

Risicovol
,,Inderdaad, je kunt van die zwerfkeien of van die stam af vallen ” zegt Johan. ,,Dat is ook helemaal niet erg. Er ligt zand onder dus je kunt echt geen hersenletsel oplopen. En de kans op een breuk is maar klein. Het probleem met speelplekken is dat ze veel te beschermd zijn. Goedbedoeld, maar juist in die bescherming zit het risico. Met risico’s omgaan leer je alleen door ze tegen te komen. Ieder kind heeft recht op een bult.”

Speelgevangenissen
Johan haalt het voorbeeld aan van een kinderrijke buurt met woningen langs het water. ,,Een hek vormt juist een uitdaging om er overheen te klimmen. Volwassenen willen graag omheinde speelplekjes met een wipkip en een glijbaantje. Speelgevangenissen noemen wij ze…. Maar voor kinderen zit hier geen enkele uitdaging in. Het is belangrijk dat kinderen spelenderwijs leren, met materialen omgaan en grenzen leren kennen.”

Herinneringen
Oost: ,,We laten bij inspraakavonden ouders vaak eerst speelherinneringen vertellen. Niemand heeft het dan over een wipkip of glijbaan. Wel komen er verhalen los over slootje springen of vies worden in het zand. Mijn oproep aan ouders en gemeentes is: denk na over speelplekken. Je ziet overal kleine speelplekjes waar bijna niemand komt. Het is beter om enkele centrale plekken te maken voor alle leeftijden waar veel kinderen komen en waar zij en hun ouders elkaar ontmoeten.”